In de benauwde tombe achter de stilstaande ventilator hangt een roestige plaque met een onheilspellende boodschap:
The keys turn on the inside only.
De groep wisselt blikken. Dat betekent maar één ding: de kisten moeten open ondanks de twijfels van Riven.
Voorzichtig — of in elk geval voor zijn doen voorzichtig — tikt Wulfgar met de botte zijkant van zijn bijl tegen het deksel van een kist. Het hout kraakt open. Aan de binnenkant zit inderdaad een sleutel.
Wulfgar probeert hem om te draaien, maar er gebeurt niets. Nokk probeert het ook, met net zoveel overtuigingskracht maar net zo weinig resultaat.
Dan krijgt Nokk een briljante, óf levensgevaarlijke ingeving. Hij klimt in de kist, trekt het deksel dicht boven zich en probeert opnieuw.
Klik.
Corrin — die al bij de centrale sarcofaag staat — hoort het mechanisme in werking schieten. Op de sarcofaag verschijnt een roestige knop uit het niets.
Ondertussen komt Nokk erachter dat de kist pas opengaat als hij de sleutel terugdraait… en dat al zijn non‑magische ijzeren spullen inmiddels in een poeder van roest zijn veranderd. Lichtelijk gefrustreerd en nu praktisch naakt behalve een lendedoekje, kruipt hij er nóg eens in om het mechanisme te activeren.
De proef herhaalt zich bij de andere kisten: de ijskoude witte kist laat Nokk bevroren en gehavend achter, de glanzende onyx kist vuurt force damage op Corrin af. Maar wanneer alle knoppen zijn ingedrukt, verschijnt een kristallen sarcofaag in het midden van de kamer.
Binnenin: een gemummificeerde aap met een knots (mace) in zijn stijve vingers.
Wulfgar mompelt een haastige verontschuldiging aan de voorouderlijke primaten en slaat de sarcofaag aan gruzelementen.
Dat blijkt… een vergissing.
De mummy ontwaakt, furieus.
Het gevecht is kort maar fel, en Wulfgar deelt uiteindelijk de genadeklap uit. De mace die de aap vasthoudt blijkt magisch te zijn — Mace of Detect Magic.
Wanneer Wulfgar hem oppakt, kringelt rode rook om hem heen en trekt in zijn huid. Hij voelt zich… anders. Niemand weet of dat goed of slecht nieuws is.
De helden keren terug naar de gang met de grote schedel waarvan kaarsjes in de oogkassen branden. Door de gapende mond is nóg een sarcofaag te zien.
Zodra Corrin naar binnen loopt, dooft één kaars. Als Nokk volgt, gaat de andere uit.
Achterin de tombe staat een glazen kist met daarin een zwevende schedel die rustig op en neer deint.
Dan klinkt een meisjesstem in hun gedachten:
“Wie zijn jullie?”
“Hebben jullie mijn vader ook meegenomen?”
“Komt mijn vader zo?”
Corrin herinnert zich op dat moment een cruciale waarschuwing van de obelisk buiten:
Speak no truth to the doomed child.
Hij probeert te liegen — iets wat normaal een van zijn kerncompetenties is — maar het meisje vertrouwt hem niet.
Wanneer hij terug wil lopen, klapt de mond van de schedel dicht als een val. Corrin ontsnapt maar net.
De kaarsjes branden weer.
Riven gaat naar binnen om het kind gerust te stellen. Ze krijgt langzaam vertrouwen en leert dat het meisje Nepaka heet, dochter van Wolbak, kleindochter van Napaha — de laatste kleindochter van Omu. Nepaka vraagt waarom ze niets kan zien, maar Riven kan haar geen antwoord geven zonder de waarheid te spreken.
Dan stormt Wulfgar naar binnen… en blijft prompt klem zitten in het mechanisme. Met duwen, trekken en brute kracht weet hij los te komen — en het mechanisme meteen te slopen.
De hele groep gaat naar binnen.
Opnieuw vraagt Nepaka: “Komt mijn vader zo?”
Corrin liegt opnieuw.
Ditmaal gelooft het meisje hem niet meer.
Het glas van de kist scheurt open.
Een burning skull stijgt op, in vlammen gehuld.
De kamer ontploft in licht en vuur. Een fireball vult de tombe.
Iedereen schreeuwt, duikt, wordt verschroeid — maar uiteindelijk valt de burning skull uiteen in smeulende as als de groep de skull verslaat.
In het midden staat een sarcofaag met een slangmotief — meteen herkennen ze Moa. De mummy binnenin, Jaculi, blijft stil liggen, al houdt hij een staf vast met een slang eromheen gewikkeld. Riven pakt de staf. Groene rook omsluit haar, dringt haar lichaam binnen. Ook zij voelt zich… veranderd.
Terug bij het duivelshoofd proberen ze de mondholte te verkennen. Een pijl wordt als fakkel gebruikt — maar in de mond verdwijnt het licht compleet. Magic darkness.
Wulfgar voelt snijdende pijn wanneer hij zijn arm erin steekt; scherpe randen of bladen zitten in de duisternis verborgen.
Ze laten het voorlopig varen en gaan verder.
Achter een glazen deur zien ze twee berenbeelden met een plaque vol ogen die hen volgen. Zes wights staan roerloos in de kamer. Onder de vloer stroomt een rivier; een putdeksel biedt toegang.
Corrin durft niet te springen — voor hem lijkt de diepte eindeloos — maar Nokk waagt de sprong en plonst in… kniediep water.
Verderop stormt plots een skeleton voorbij met een “zwaalichthoofd??”
De rest volgt en landt veilig in de rivier.
**Einde van de sessie.**
Nog geen XP…
Aanwijzingen op obelisk buiten de tomb of the 9 gods:
• The enemies oppose
• One stands between them
• In darkness, it hides
• Don the mask or be seen
• Speak no truth to the doomed child
• The keys turn on the inside only
