Na het verslaan van de armored flesh golems die met een ketting aan elkaar zitten staan we voor de keuze: Of de korte gang met de dubbele deur of de lange gang met in de verte een sarcofaag. De zwevende schedel die zich zelf Yaka noemt blijft aardig irritant aanwezig en dringt aan om zijn levens of doods verhaal te vertellen. Het is even door de zure appel heen bijten dus we luisteren 🙂
Oh. Wil je MIJN verhaal horen? Natuurlijk wil je dat. Iedereen wil dat. Ze beseffen het alleen nog niet.
Luister goed, Dradimir. Ik ga dit maar één keer vertellen. Nou ja… waarschijnlijk vaker. Ik hou ervan om mezelf te horen praten.
Ik was niet altijd een schedel.
Ja, ik zie je kijken. Verrassing.
Lang geleden, toen Omu nog leefde en niet deze vervloekte, half-dode rotzooi was, was ik iemand. Iemand belangrijks. Niet zoals jij, met je blinkende pantser en je schuldgevoelens zo groot als een brachiosaurus. Nee. Ik was subtiel belangrijk.
Ik was een adviseur. Een waarnemer. Een man met inzicht.
Sommigen noemden me een ziener.
Anderen noemden me een leugenaar.
De meeste mensen noemden me “Hou je bek, Yaka.”
Maar ze luisterden wel.
Ik diende aan het hof van koningin Napaka. Ja, DIE Napaka. De laatste echte koningin. Niet deze slangengekken en dode dingen die hier nu rondkruipen.
Ik zag dingen die anderen niet zagen.
Ik zag de ondergang aankomen.
Ik zag de schaduw van Acererak nog voordat zijn naam gefluisterd werd in angst.
Ik zag hoe hoop uit de stad sijpelde als bloed uit een doorgesneden keel.
Ik zag hoe helden stierven, en lafaards overleefden.
Ik was meestal een van die lafaards.
Het werkte goed voor me.
Totdat hij kwam.
Hij kwam niet als een koning.
Hij kwam niet als een veroveraar.
Hij kwam als een idee.
En ideeën zijn erger.
Ik probeerde te waarschuwen. Echt waar. Nou ja. Ik probeerde vooral mezelf te redden. Maar dat telt ook.
Maar tegen de tijd dat iedereen besefte wat er gebeurde, was het al te laat.
De goden van Omu werden opgesloten.
De stad werd een val.
En ik…
…ik maakte een fout.
Ik sprak tegen iemand tegen wie ik niet had moeten spreken.
Withers.
Ja. Die Withers.
Hij was toen al oud. Oud op een manier die niet gezond is. Oud op een manier die niet stopt.
Hij vond me interessant.
Dat was het ergste wat me ooit is overkomen.
Ik stierf. Pijnlijk. Vernederend. Onnodig dramatisch.
Maar hij liet me niet gaan.
Hij haalde mijn ziel terug.
Niet in mijn lichaam.
Nee, dat zou te vriendelijk zijn.
Hij stopte me hierin.
Deze schedel.
Geen longen. Geen hart. Geen ogen.
Maar ik kan zien.
Ik kan horen.
Ik kan denken.
En het ergste van alles?
Ik kan me alles herinneren.
Elke fout.
Elke lafheid.
Elke keer dat ik had kunnen wegrennen… en dat niet deed.
Waarom ben ik hier?
Omdat hij me hier wil.
Omdat ik nuttig ben.
Omdat ik zie wat anderen missen.
Omdat ik praat.
Vooral dat laatste.
Avonturiers zoals jij komen hier binnen.
Vol hoop.
Vol moed.
Vol zelfvertrouwen.
En dan sterven ze.
Bijna allemaal.
Maar sommigen komen ver genoeg om mij te vinden.
En dan reis ik met ze mee.
Ik kijk toe.
Ik wacht.
Ik praat.
Ik lach.
Want diep van binnen weet ik iets wat jij nog niet weet, Dradimir.
Deze tempel is geen plek waar helden winnen.
Het is een plek waar helden veranderen.
Of breken.
En ik ben hier om het te zien gebeuren.
Oh, en nog iets.
Als je sterft…
…mag ik je schedel.
Na het verhaal van Yaka stopt hij niet met praten, maar besluiten we om toch verder op onderzoek uit te gaan.
Nokkia onderzoekt de langere gang en Rivven volgt haar nieuwe beste vriendin.
4 keramische kikkermaskers zijn geplaatst rondom een sarcofaag




4 fresco’s sieren de muren van de ruimte




Rechts in de ruimte staat een shrine met daaronder een kleed met offers
Corrin ziet uit zijn ooghoek dat er uit de paarse begroeiing een oog op een paars tentakel komt. Zodra ze oogcontact hebben schiet het oog terug in de begroeiing. Hij deelt dit met de rest. Drad pakt Yaka (die niet wil zoenen(ben even kwijt waarom ik dat er bij heb geschreven ….)) en gooit hem in de paarse begroeiing. Er gebeurt niks met de planten, maar Yaka is not ammused en als tegen actie schiet hij met een noodgang uit de begroeiing vol tegen de helm van Drad aan. GONG!!!!
Er wordt druk overlegd hoe we dit raadsel kunnen oplossen terwijl Yaka ons probeert te “helpen” met allerlei semi leuke opmerkingen. Hoe we nog niet gestorven zijn en zo ver in deze dungeon zijn gekomen wordt meerdere keren herhaald …
Uiteindelijk besluit Nokkia om wat van zijn eigen bloed te geven en doet dat in de koperen bowl. De bowl plaatst hij dan op het altaar. Dit was niet geheel hoe we dit aan moesten pakken want er komt een wraith uit de muur die Nokkia direct aanvalt. Gelukkig mist de wraith en zodra iedereen door heeft wat er aan de hand is volgt er een gevecht met het ondode apparaat.
Nokkia merkt al snel dat piercing damage niet echt effect heeft op de wraith en deelt die snel voor ze zich disengaged en op veiligere afstand gaat staan. De wraith kiest een nieuw slachtoffer en valt Drad met een perfecte aanval aan. deze klap komt zeer hard aan en Drad weet maar net de effecten van de necrotische aanval van zich af te schudden. Nokkia valt de wraith zeer ongelukkig aan en valt op de grond. Ook Drad is niet op zijn best en krijgt tijdens zijn aanval een soort attack of oppertunity. Wulfgar pakt de ceremonial dagger van Corrin aan en valt de wraith aan. Dit verwondt de wraith aanzienlijk tot groot genoegen van de half orc. Rivven heeft wat spells die weinig tot geen effect hebben en lacht uiteindelijk de wraith uit tewrijl ze iets over de moeder van de ondoode zegt. Dit was teveel voor de schijnbaar tere ziel die nog in de wraith zat. het gevecht is beslecht in ons voordeel.
Yaka heeft alles gade geslagen en rolt over de grond van het lachen, als maar herhalend hoe het kan dat we zelf nog niet dood of ondood zijn 😉
Drad geneest zichzelf en cast een curewounds van Hoar op Nokkia.
We besluiten om de maskers op te zetten en de bijbehorende offers op het altaat te plaatsen
Dit lijkt de juiste manier te zijn om de sarcofaag te openen want we horen een luide klik en de sarcofaag deksel is nu te bewegen. Wulfgar en Drad tillen het deksel op en onthullen een bijna vergane quiver en een nog in goede staat verkerend paar bracers.
Corrin doet de bracers aan en een oude god neemt deels bezit van hem waardoor hij zich enorm sterk voelt en hij de mieterige god van zich af kan schudden.
We gaan de ruimte uit en slaan rechts af naar de dubbele deuren.
Corrin voorop ramt de deuren gelijk open. We staan met zijn allen redelijk perplex van de kracht die er in dat kinderlijfje is gemanifesteerd.
In de ruimte zien we een gordijn hangen met een mooie tafereel erop

Achter het eerste gordijn hangt een tweede doek met een soort gelijk tafereel, maar dan in vervallen sferen

Hier achter hangt een derde doek met daarop een soort apocaliptische versie van de eerste. De edelen verorberen elkaar en of staan in brand. Het lijkt een soort laag van een of andere hel. Het zwijn wat op de eerste doeken staat als een gerecht, leeft hier en lacht de toeschouwer toe.

Achter het derde doek bevindt zich een muur met daarop een rottende everzwijn kop. Nokkia ziet dit en weet zich er nog net van te weerhouden om zijn eigen hoofd niet in de bek van het zwijn te steken.

Wulfgar gebruikt zijn mace met detect magic en ziet dat het gordijn en de kop magisch zijn. Er liggen achter dit doek ook twee cristallen ballen. Corrin pakt een hellebaard en harkt onder het gordijn door de ballen naar zich toe.
Om bij de kop te komen verzinnen we een list. Nokkia gebnruikt haar spiderclimb boots en begint vanaf het plafond het doek los te snijden. Wulfy en Drad houden ondertussen het doek omhoog zodat niemand de kop onder ogen hoeft te komen. Zodra het doek helemaal los is lopen Drad en Wulf samen naar voren en positioneren het doek over de kop heen. Corrin snijdt met een dagger een gat ter hoogte van de bek van het zwijn…als hij in de bek kijkt krijgt hij het lumineuze idee om zijn eigen hoofd in de bek te steken….Wulfgar weet hem tegen te houden en ook het doek omhoog te houden. Drad weet een aantal items die in de bek zitten er uit te vissen waarna hij samen met Wulfy het doek goed over de kop heen legt. De items gaan naar de krokante (iets minder tegenwoordig) sok van Corrin.
We besluiten naar de kamer te gaan waar we Yaka hebben leren kennen en Corrin ziet een rooster wat op de muur zit. Uiteraard moet dit er direct vanaf gerukt worden. Hij ziet een gang en kruipt er in onder wat protest van de rest, maar hij is de heldhaftigheid zelve. De gang volgend ziet hij aan het einde een ruimte met wederom een Golem met een harnas aan. Deze staart naar een andere ruimte en merkt Corrin niet op, lijkt het. Corrin besluit zich toch niet alleen te wagen aan deze minderwaardige golem en komt terug gekropen.
We vervolgen ons pad niet door de nauwe gang, mar op de zelfde verdieping naar de volgende gang. Daar zien we aan het einde van die gang de kop van een jackhals tegen de muur. Deze is van steen.

Als we door de bek van de jackhals kijken, zien we een andere grotere ruimte met een sarcofaag in het midden op een boot. Vier beelden van Sphynxen lijken vanuit de hoeken van de kamer de kamer in de gaten te houden . Op de vloer liggen tegels met verschillende hiërogliefen.

wulfgar blijft door de bek van de jackhals de ruimte in staren. Hij ziet dan het volgende:
aan de voor Wulfy rechter zijde van de kamer schuift een stuk muur omhoog en er loopt een dwerg in maliënkolder de ruimte binnen. Hij neemt een stap en zodra hij op een tegel staat komen er uit de bekken van de vier sphynxen duizenden sprinkhanen die op de dwerg af vliegen en hem in no time verorberen….
Wulf gebruikt de cristallen bollen om daar door heen nog eens de ruimte te bekijken, maar het zelfde tafereel speelt zich keer op keer af.
Drad neemt na kort overleg een setje stoute schoenen uit de niet zo krokante sok en misty stept door de bek van de jackhals in een keer op het schip naast de sarcofaag.
Wulfgar ziet Drad niet aankomen in de ruimte, maar ziet wel weer het tafereel met de dwerg. Drad kijkt richting de plek waar de jackhals kop zit en ziet zijn maat wel staan. Yaka kan schijnbaar niet te lang van Drad verwijderd zijn en teleporteerd naast hem waarna hij zijn irritante zelf weer aan neemt.
Drad vraagt of Yaka naar Wulfgar wil vliegen om hem aan te tikken. Dit wil Yaka, maar wel een buts voor een buts. Zodoende ramt Yaka de achterkant van het jackhals beeld en daarna met een noodgang wederom Drad. Hij valt bijna van het schip maar weet dit net te voorkomen.
Onderwijl cast Wulfgar (de mage 😉 een detect magic van de mace en ziet door de bek van de jackhals dat Yaka met een noodgang tegen het ogenschijnlijk lege gleaming armor van Drad aan klapt. Hij ziet Drad’s sunblade en gauntlets ook duidelijk, maar de dragonborn zelf is niet zichtbaar. Drad ziet bij het voor hem alleen zichtbare stoffelijk overschot van de dwerg een aanzienlijke berg goud liggen en twee cristallen orbs. HIj vraagt Yaka of hij de orbs naar hem toe zou willen butsen in ruil voor al het goud wat daar op de vloer ligt. Yaka gaat na uiteraard een discussie, akkoord. De orbs zijn in het bezit van Drad en Yaka doet zich te goed aan minimaal 500 gold pieces….
De rest weet niet exact wat er met Drad gebeurt en proberen met een omweg bij hem te komen, hoopt hij. Dit is de laatste gang van dit niveau. rechts boven zit weer een rooster wat op het rooster lijkt uit de kamer waar we Yaka vonden. Rivven weet met behulp van haar instrumenten Wulfgar er van te weerhouden om dit rooster er uit te rukken…. Dit doet ze omdat ze denkt dat de ruimte waar Drad zit de andere kant op is.
De ruimte die we zien is een gang die ongeveer voor 30cm onderwater staat. In het midden van de ruimte zien we een waterval die zo helder is dat je er doorheen kunt kijken en aan de andere kant zien we dezelfde kamer gespiegeld. Het valt Wulfgar op dat de waterval magisch is en een deel van de muur voor de waterval ook.

